Trouwbox

 

Locomix

zoek

wiki over Pensioen

zoeken in wiki

bron : Wikipedia, de vrije Encyclopedie

Warning: curl_setopt() function.curl-setopt: CURLOPT_FOLLOWLOCATION cannot be activated when safe_mode is enabled or an open_basedir is set in /home/inhuw/domains/internethuwelijk.nl/public_html/include/wiki.php on line 140 Pensioen - Wikipedia a:lang(ar),a:lang(ckb),a:lang(fa),a:lang(kk-arab),a:lang(mzn),a:lang(ps),a:lang(ur){text-decoration:none} /* cache key: nlwiki:resourceloader:filter:minify-css:7:d5a1bf6cbd05fc6cc2705e47f52062dc */ if(window.mw){ mw.config.set({"wgCanonicalNamespace":"","wgCanonicalSpecialPageName":false,"wgNamespaceNumber":0,"wgPageName":"Pensioen","wgTitle":"Pensioen","wgCurRevisionId":30756675,"wgArticleId":96289,"wgIsArticle":true,"wgAction":"view","wgUserName":null,"wgUserGroups":["*"],"wgCategories":["Wikipedia:Artikel mist referentie sinds januari 2011","Wikipedia:Artikel mist referentie sinds maart 2012","Pensioen","Sociale zekerheid"],"wgBreakFrames":false,"wgPageContentLanguage":"nl","wgSeparatorTransformTable":[", .",". ,"],"wgDigitTransformTable":["",""],"wgRelevantPageName":"Pensioen","wgRestrictionEdit":[],"wgRestrictionMove":[],"wgSearchNamespaces":[0],"wgVectorEnabledModules":{"collapsiblenav":true,"collapsibletabs":true,"editwarning":true,"expandablesearch":false,"footercleanup":false,"sectioneditlinks":false,"simplesearch":true,"experiments":true},"wgWikiEditorEnabledModules":{"toolbar":true,"dialogs":true,"hidesig":true,"templateEditor":false,"templates":false,"preview":false,"previewDialog":false,"publish":false,"toc":false},"mbEmailEnabled":true,"mbUserEmail":false,"mbIsEmailConfirmationPending":false,"wgCategoryTreePageCategoryOptions":"{\"mode\":0,\"hideprefix\":20,\"showcount\":true,\"namespaces\":false}","Geo":{"city":"","country":""},"wgNoticeProject":"wikipedia"}); }if(window.mw){ mw.loader.implement("user.options",function(){mw.user.options.set({"ccmeonemails":0,"cols":80,"date":"default","diffonly":0,"disablemail":0,"disablesuggest":0,"editfont":"default","editondblclick":0,"editsection":1,"editsectiononrightclick":0,"enotifminoredits":0,"enotifrevealaddr":0,"enotifusertalkpages":1,"enotifwatchlistpages":0,"extendwatchlist":0,"externaldiff":0,"externaleditor":0,"fancysig":0,"forceeditsummary":0,"gender":"unknown","hideminor":0,"hidepatrolled":0,"imagesize":2,"justify":0,"math":0,"minordefault":0,"newpageshidepatrolled":0,"nocache":0,"noconvertlink":0,"norollbackdiff":0,"numberheadings":0,"previewonfirst":0,"previewontop":1,"quickbar":5,"rcdays":7,"rclimit":50,"rememberpassword":0,"rows":25,"searchlimit":20,"showhiddencats":false,"showjumplinks":1,"shownumberswatching":1,"showtoc":1,"showtoolbar":1,"skin":"vector","stubthreshold":0,"thumbsize":4,"underline":2,"uselivepreview":0,"usenewrc":0,"watchcreations":1,"watchdefault":0,"watchdeletion":0,"watchlistdays":3 ,"watchlisthideanons":0,"watchlisthidebots":0,"watchlisthideliu":0,"watchlisthideminor":0,"watchlisthideown":0,"watchlisthidepatrolled":0,"watchmoves":0,"wllimit":250,"vector-simplesearch":1,"useeditwarning":1,"vector-collapsiblenav":1,"usebetatoolbar":1,"usebetatoolbar-cgd":1,"variant":"nl","language":"nl","searchNs0":true,"searchNs1":false,"searchNs2":false,"searchNs3":false,"searchNs4":false,"searchNs5":false,"searchNs6":false,"searchNs7":false,"searchNs8":false,"searchNs9":false,"searchNs10":false,"searchNs11":false,"searchNs12":false,"searchNs13":false,"searchNs14":false,"searchNs15":false,"searchNs100":false,"searchNs101":false,"gadget-Direct-link-to-Commons":1,"gadget-mijnKladblok":1});;},{},{});mw.loader.implement("user.tokens",function(){mw.user.tokens.set({"editToken":"+\\","watchToken":false});;},{},{}); /* cache key: nlwiki:resourceloader:filter:minify-js:7:1cbf4a6724c923f31c96cabcf788dd38 */ } if(window.mw){ mw.loader.load(["mediawiki.page.startup","mediawiki.legacy.wikibits","mediawiki.legacy.ajax"]); } /* */ Pensioen Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie Ga naar: navigatie, zoeken

Pensioen is een inkomen voor de tijd dat men niet meer werkt op latere leeftijd of niet meer kan werken wegens arbeidsongeschiktheid.

Vaak maakt ook een uitkering aan achterblijvende partners en wezen deel uit van een pensioenregeling. Daarnaast kunnen pensioenregelingen bepalingen bevatten voor pensioenopbouw in speciale gevallen, zoals militaire dienstplicht, zwangerschap en kortstondige werkloosheid.

Inhoud bewerken Pijlerstelsel

In de meeste Europese landen bestaat het pensioenstelsel uit drie 'pijlers'. In ontwikkelingslanden komt vaak alleen de eerste pijler voor. Een aantal landen heeft een bewust beleid om de tweede pijler niet toe te laten. Voorbeelden zijn Polen, Hongarije en Tsjechië. In de overige landen komen alle drie de pijlers voor, maar hebben ze een verschillend gewicht. In Nederland zijn de gewichten ongeveer 50% voor de eerste pijler, 45% voor de tweede pijler en ongeveer 5% voor de derde pijler. In andere landen hebben de eerste twee pijlers vaak (maar lang niet altijd) samen een gewicht van 50%. Het gewicht van de eerste pijler is een politieke keuze. In landen met een communistische geschiedenis is de eerste pijler vaak kwijnend, in Zuid-Europa is de eerste pijler gewoonlijk dominant (70-90%) terwijl in Noord-Europa de eerste pijler rond 40% in beslag neemt. De grootte van de tweede pijler wordt bepaald door wetgeving, traditie en beleid van de sociale partners. Aangezien de derde pijler de minst economisch efficiënte manier van pensioen opbouwen is, vormt het een restcategorie.

bewerken Eerste pijler

De 'eerste pijler' is een basispensioen, gewoonlijk door de staat geregeld en gewoonlijk gefinancierd door middel van een omslagstelsel (in Nederland wegens de Algemene Ouderdomswet (AOW, in België het "wettelijk pensioen"). Deze pijler heeft als doel ten minste een basisvoorziening te scheppen waarmee armoede onder ouderen wordt voorkomen. In sommige landen gaat de eerste pijler veel verder dan een basisinkomen, waardoor de rol van de tweede pijler kleiner is.

Nederland: De eerste pijler, de AOW, wordt opgebouwd uit rechten die men verkrijgt voor elk jaar dat men vanaf het 15-de tot het 65-ste levensjaar in Nederland verblijft. Men hoeft dus niet werkzaam te zijn. Elk jaar wordt dus 1/50ste, is 2% van de maximaal te halen AOW opgebouwd. Het AOW bedrag is dus een functie van het aantal jaren bijdrage.

België: De eerste pijler wordt opgebouwd uit rechten. Bij het werknemerspensioen geldt elk gewerkt jaar voor 1/45ste. Het maximum is 45/45sten. Het stelsel is een rustpensioen of een overlevingspensioen. Beiden worden in de volksmond 'het pensioen' genoemd. Deze breuk bepaalt mede de hoogte van het pensioenbedrag, gebaseerd op de hoogte van de gestorte bijdragen.

bewerken Tweede pijler

De 'tweede pijler' is een pensioenbedrag, afhankelijk van de keuze van de betrokkene.

Het Nederlandse bestaat uit pensioenrechten, dit zijn rechten die werknemers tijdens hun werkzame leven opbouwen. Dit is wat in de volksmond 'het pensioen' wordt genoemd. De premie wordt betaald door werknemer en werkgever samen. Pensioen is een secundaire arbeidsvoorwaarde (uitgesteld loon) waarbinnen een aanvullend pensioen wordt opgebouwd (aanvullend op de AOW), meestal tot de fiscaal toegestane grens (zie fiscaliteit). Pensioen in de tweede pijler wordt dus altijd opgebouwd in de relatie werkgever-werknemer. De tweede pijler wordt gefinancierd door een kapitaaldekkingsstelsel of - veel minder vaak - een omslagstelsel, of een combinatie van beide.

In sommige landen (Duitsland, Portugal, VS) wordt nog de boekreserve gebruikt als financieringssysteem. Omdat dit systeem riskant is voor de begunstigden loopt het gebruik er van steeds meer terug. Bij een kapitaaldekkingsstelsel bouwt een werknemer in principe zijn eigen 'spaarpot' op, waaruit later het pensioen wordt uitgekeerd. Het doel van de tweede pijler is om, samen met de eerste pijler, een redelijk inkomen te geven aan ouderen dat is gerelateerd aan het gedurende het werkzame leven genoten salaris. In Nederland is dat meestal 70% van het gemiddeld verdiende salaris (middelloonsysteem) of, inmiddels zeldzamer, van het laatst verdiende salaris (eindloonsysteem). Die 70% wordt behaald door de AOW en het zelf opgebouwde pensioen bij elkaar op te tellen. Pensioengrondslag is het pensioengevend salaris minus de zogenoemde franchise, over die franchise wordt geen pensioenpremie betaald.

Een tweedepijlerpensioen van een kapitaalgedekt pensioenfonds kan ook worden gespaard via het beschikbare-premiesysteem, het verzekeren van een pensioenkapitaal of het beschikbare-uitkeringssysteem. Ook de zeldzame vastebedragenregeling wordt tot deze categorie gerekend.

De Belgische 'tweede pijler' zijn de systemen van aanvullend pensioen die door de werkgever gefinancierd wordt (toelage genoemd) in uitvoering van de 'WAP'. Indien het voorzien is, kan en moet de werknemer ook een premie betalen (bijdrage genoemd). De werkgever heeft een grotere vrijheid indien er geen bijdrage betaald wordt door de werknemer. Beiden kunnen met een pensioenfonds (georganiseerd door de inrichter) of met een groepsverzekering (bij een verzekeringsmaatschappij).

Het pensioenplan is met vaste bijdrage (het pensioen onder vorm van kapitaal of rente zal afhangen van de grootte van de bijdragen), met vaste prestatieplan of te bereiken doel (doorgaans uitgedrukt als percentage van het loon) en tenslotte een mengvorm van de beide vorige. De uitbetaling gebeurt ofwel in rente, waarbij er keuze kan zijn in de periodiciteit (van maandelijks tot jaarlijks) of in een eenmalig kapitaal. Als het plan voorziet in kapitaal, kan men dit kapitaal laten omzetten in een levenslange rente met kapitaalsafstand. De overheid bevordert de uitbetalingen in rente. De omzettingscoëfficiënt is echter vrij nadelig (14,98 voor een man op de leeftijd van 65 jaar), bovendien is er ook geen indexatie. Hierdoor wordt zelden voor de rente gekozen.

Daarnaast bestaat ook het (fiscaal interessante) pensioensparen, waarbij bij pensioengerechtigde leeftijd een eenmalig bedrag wordt uitgekeerd.

bewerken Derde pijler

De 'derde pijler' is vrijwillig, alle inkomensvoorzieningen die mensen zelf treffen vallen hieronder zoals lijfrente, levensverzekeringen en inkomsten uit eigen vermogen. Meestal gaat het om commerciële spaarproducten, met of zonder verzekeringselement, met fiscale concessies en beperkingen; voor Nederland zie Lijfrente (Nederland) en Banksparen. De belangrijkste producten voor België zijn: de levensverzekering, pensioensparen en pensioenverzekering. De producten in deze pijler zijn bedoeld voor reparatie van pensioenbreuken en -gaten. Deze ontstaan bijvoorbeeld door het veranderen van baan, verblijf in het buitenland of niet deelnemen aan het arbeidsproces. Zelfstandigen en ondernemers zijn volledig aangewezen op pensioenopbouw in de derde pijler. In deze pijler zijn alle pensioenen kapitaalgedekt en georganiseerd via het beschikbare-premiesysteem. Nationale en internationale waardeoverdracht is in de praktijk vrijwel niet mogelijk. De belangrijkste derdepijlerpensioenvoorzieningen in België zijn: de levensverzekering, pensioenspaarrekening en pensioenspaarverzekering.

bewerken Doelmatigheid van het systeem

De doelmatigheid van een pensioensysteem kan worden afgemeten met de deelnamegraad (welk deel van de potentiële deelnemers bouwt een pensioen op) en de 'vervangingsgraad' (welk deel van het inkomen wordt bij pensionering door het pensioen vervangen).

Eerste pijler fondsen zijn meestal nationaal en verplicht gesteld, waardoor een deelnamegraad van bijna 100% wordt bereikt. Tweede pijler fondsen zijn alleen toegankelijk voor wie een betrekking heeft, waaraan een pensioenregeling is verbonden. Als geen begeleidende maatregelen worden getroffen blijkt dat de deelnamegraad blijft steken op 30 - 50%. Matching, een systeem waarbij de werkgever toezegt de besparingen van de werknemer te verhogen met een afgesproken percentage, blijkt nauwelijks een invloed op de deelnamegraad te hebben. In Ierland is de deelnamegraad in de tweede pijler bijvoorbeeld 30%, ondanks subsidies van werkgevers. Wel effectief is de "opt-out" techniek. Dit komt er op neer dat nieuwe werknemers actie moeten nemen om niet aan pensioensparen deel te nemen (bij opt-in moet men juist actie ondernemen om wel deel te nemen). Hiermee kan de deelnamegraad naar rond 70% worden verhoogd. Zeer effectief is verplichtstelling, waardoor de deelnamegraad in Nederland boven de 90% ligt.

De Europese Unie heeft geen regels over verplichtstelling; wel over mededinging, die in principe verplichtstelling onmogelijk zouden maken. In een aantal processen heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bepaald dat verplichtstelling mogelijk is, als het een sociaal nut dient en er geen misbruik van wordt gemaakt. Hoewel hiermee een plaats voor verplichtstelling is geschapen blijft de situatie onstabiel. De uitspraken van het Hof zijn niet gecodificeerd en kunnen dus door een latere uitspraak van het Hof teniet worden gedaan.

De vervangingsgraad is in principe een politieke keuze die uit twee delen bestaat: een gewenste vervangingsgraad (in Nederland 70% voor belasting, wat neerkomt op rond 100% na belasting[1]) en een maximaal fiscaal gefaciliteerde vervangingsgraad (in Nederland 100%). Beide worden vastgelegd met fiscale maatregelen, de maximale jaarlijkse opbouw van de pensioenclaim en de maximale aftrek van betaalde pensioenpremie. In een aantal landen (bijvoorbeeld de Verenigde Staten) is de gewenste vervangingsgraad niet meer dan meetinstrument, maar geen beleidsinstrument.

bewerken Pensioengerechtigde leeftijd

In 1889 voerde Otto von Bismarck het eerste wettelijke staatspensioenfonds in. De pensioengerechtigde leeftijd werd gesteld op 70 jaar. Deze leeftijd zakte naar 65 jaar, wat een internationale norm werd. Die leeftijd geldt overigens zeker niet universeel en staat in meerdere landen onder druk. De pensioengerechtigde leeftijd werd na het salaris een van de belangrijke punten van de vakbonden in loononderhandelingen. In communistische landen beijverden de regimes zich om het pensioen vroeger te laten ingaan. Lagere pensioengerechtigde leeftijden werden ook overeengekomen voor groepen met zware banen, zoals mijnwerkers, bemanning van stoomlocomotieven en voor vrouwen.

In Nederland wordt het pensioen uitgekeerd vanaf het 65e jaar, hoewel er ook nog verschillende vormen van prepensioen bestaan, zowel kapitaalgedekt als op basis van het omslagstelsel. Met ingang van 2005 (2006 voor op 31 december 2004 al bestaande pensioenregelingen) is het in Nederland niet meer mogelijk om fiscaal gefaciliteerd prepensioen op te bouwen. In plaats daarvan heeft het Nederlandse kabinet de levensloopregeling geïntroduceerd. Deze kan niet alleen gebruikt worden voor vervroegd pensioen, maar ook voor andere doelen, zoals een langdurig verlof gedurende de loopbaan, bijvoorbeeld ten behoeve van studie of een wereldreis.

In juni 2011 werd tussen de Nederlandse sociale partners op hoofdlijnen overeenstemming bereikt over een nieuw stelsel voor tweede-pijler pensioenen. Deze zouden qua ingangsdatum aansluiten met de AOW (zie aldaar); de hoogte van pensioenen en opgebouwde pensioenrechten zou afhankelijk worden van de behaalde belegggingsresultaten. Omdat de pensioengerechtigde leeftijd een product van de klassenstrijd was geworden, werd hij meer en meer vaststaand, ondanks een toenemende levensverwachting en technologische vooruitgang. Bij de vervanging van stoomlocomotieven door diesel- en elektrische locomotieven werd de pensioengerechtigde leeftijd niet aangepast.

bewerken Geslacht

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft bepaald dat een lagere pensioengerechtigde leeftijd voor vrouwen niet verenigbaar is met het Europese non-discriminatiebeleid (voor nieuwe lidstaten geldt een overgangstermijn). Aan de andere kant werd echter ook een hogere pensioenpremie voor vrouwen om dezelfde reden afgewezen, hoewel vrouwen langer leven en dus langer pensioen genieten.

bewerken Nederland

Het consultancybedrijf Mercer heeft in 2011 het Nederlandse pensioenstelsel wederom als het beste ter wereld beoordeeld.[2]

bewerken Pensioenstructuur

Pensioenfondsen in Nederland zijn ontstaan aan het einde van de 19e eeuw. Het eerste Nederlandse (ondernemings)pensioenfonds werd in 1881 opgericht door de gebroeders Stork. Niet veel later, in 1886, creëerde Jacques van Marken een pensioenregeling voor zijn werknemers in zijn Delftse gist- en spiritusfabriek. Een pensioenfonds voor een gehele bedrijfstak zou nog even op zich laten wachten. Het eerste Nederlandse bedrijfstakpensioenfonds was het in 1917 opgerichte Coöperatief Verzekeringsfonds in Leeuwarden.[bron?] Werknemers in een deel van de zuivelindustrie konden zich bij dat fonds aansluiten.

De pensioenregeling regelt de wijze van opbouw van de pensioenuitkering (of de opbouw van het pensioenkapitaal) uit de tweede pijler. De pensioenregeling moet voldoen aan de dwingende voorschriften van de Pensioenwet. Deze wet vervangt sinds 1 januari 2007 de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW). Verbonden aan de Pensioenwet is een nieuwe methode van de beoordeling van de solvabiliteit van pensioenuitvoerders door de overheid, het Financieel Toetsingskader (FTK).

Pensioen wordt opgebouwd bij pensioenuitvoerders, in Nederland zijn dit pensioenfondsen, pensioenverzekeraars (dit zijn meestal gewone verzekeraars die ook pensioen aanbieden) en Premie Pensioen Instellingen, waaraan de werkgever, de werknemer, of werkgever en werknemer beiden premie betalen. In het algemeen betaalt de werknemer 1/3 van de premie en de werkgever 2/3 maar die percentages kunnen per fonds, verzekeraar of werkgever verschillen. De opgespaarde pensioenpremie zorgt te zijner tijd voor het zogenoemde pensioenkapitaal waaruit het pensioen uiteindelijk wordt betaald. Gedurende de opbouwperiode spreekt men van pensioenreserve. De pensioenopbouw is belastingvrij, in die zin dat het opgebouwde kapitaal niet in box 3 van het Nederlands belastingstelsel wordt belast. De uitkeringen zijn daarentegen belast.

De Pensioenwet verbiedt iedere handeling waardoor pensioenaanspraken of pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen. De Pensioenwet staat slechts in een beperkt aantal situaties toe dat de pensioenreserve wordt overgedragen aan een andere pensioenuitvoerder (pensioenfonds of pensioenverzekeraar), onder andere bij verandering van baan, bij het bereiken van de pensioendatum en bij wijziging van pensioenuitvoerder. Op die manier kan pensioenbreuk in veel gevallen worden voorkomen. In andere landen is dat lang niet altijd het geval. Voor internationale waardeoverdracht gelden tal van barrières, waardoor een succesvolle overdracht vaak niet mogelijk is. De Europese Unie wil hiervoor mogelijkheden scheppen.

bewerken Verplichtstelling

In Nederland wordt de tweede pijler pensioenregeling vaak verplicht gesteld om een hoge mate van economische en sociale solidariteit te handhaven. Bovendien kan op deze manier voorkomen worden dat het pensioen een element van concurrentie op de arbeidsmarkt wordt, wat loononderhandelingen eenvoudiger en doorzichtiger maakt en voorkomt dat een neerwaartse spiraal ontstaat die het pensioensysteem afbreekt. Tenslotte is van belang dat de markt geen pensioenen volgens het beschikbare-uitkeringssysteem kan produceren (marktfalen) en de kosten en risicoverdeling van het beschikbare-premiesysteem ongunstig zijn voor de consument (voor een extreem voorbeeld, zie de woekerpolis-affaire).

Tegenover dit wettelijk monopolie staat niet alleen een zeer gedetailleerd toezicht van de overheid, maar ook een afbakening van het werkterrein van pensioenfondsen (taakafbakening). Instellingen die alleen pensioen uitvoeren (dus niet betrokken zijn bij het tot stand komen van de pensioenregeling) zijn niet gebonden aan de taakafbakening, maar genieten ook niet de bescherming van de verplichtstelling.

bewerken Fiscaliteit

Kenmerkend voor de fiscaliteit van pensioen is de omkeerregel (in Nederland artikel 11 lid 1c van de Wet op de loonbelasting): aftrek voor premie, rendement van het pensioenkapitaal onbelast, pensioenuitkering belast. In sommige landen van de Europese Unie is het rendement wel belast. In Luxemburg wordt de omkeerregel niet toegepast, maar is het rendement onbelast. In Nederland zou dit Luxemburgse systeem leiden tot een meeropbrengst van de belastingen in box 1 van jaarlijks 13 miljard en 12 miljard in box 3, totaal 25 miljard. [3][4] De fiscaliteit van pensioen wordt in Nederland bij wet geregeld in onder andere de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet inkomstenbelasting 2001 (ook in een aantal uitvoeringsbesluiten). De Nederlandse pensioenvoorzieningen zijn de hoogste van Europa. [5]

In Nederland is het streefniveau vaak 70% van het laatstverdiende inkomen, maar de fiscus staat in bijzondere gevallen een opbouw tot 100% toe. Overigens zijn percentages van 35-45% van het laatstverdiende loon waarschijnlijk realistischer. Mensen denken dus een hoger pensioen te krijgen dan werkelijk het geval zal zijn.

De hoogte van de inleg is gemaximeerd waarbij het uitgangspunt is dat in 35 jaar het maatschappelijk aanvaarde pensioen van 70% van het laatst verdiende salaris kan worden opgebouwd. De opbouw mag daarom per jaar niet hoger zijn dan 2% van de pensioengrondslag voor een pensioen gebaseerd op het laatst genoten salaris (eindloonsysteem) of 2,25% van de pensioengrondslag voor een pensioen gebaseerd op het gemiddeld verdiende salaris (middelloonsysteem). Het toegestane opbouwpercentage bij het middelloonsysteem is hoger dan bij het eindloonsysteem omdat het gemiddeld tijdens de carrière genoten loon in het algemeen lager is dan het laatst genoten loon. Aanhangig in de Wet verhoging pensioenleeftijd naar 66 jaar is verlaging per 1 januari 2013 van de maximale opbouwpercentages van 2% naar 1,75% voor eindloonregelingen en van 2,25% naar 2% voor middelloonregelingen (deze percentages staan in artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964).

Speciale aandacht verdient nog de fiscale behandeling van het beschikbarepremiesysteem.[bron?] Probleem bij dit systeem is namelijk dat het uiteindelijke pensioen dat kan worden aangekocht onbekend is. Meestal worden de ingelegde premies belegd in (deels) op aandelen gebaseerde fondsen, waardoor de opbrengsten onzeker zijn. Gevolg kan zijn dat er een pensioen kan worden aangekocht dat boven het maatschappelijk verwachte (maar niet realistisch; 35-45% is realistischer) maximum pensioen van 70% van het laatst verdiende salaris uitkomt.

Om de kans op deze bovenmatigheid zoveel mogelijk in te perken heeft de staatssecretaris van Financiën het besluit beschikbarepremiestaffels genomen.

bewerken Uniform Pensioenoverzicht

Het vanaf 2008 verplichte Uniform Pensioenoverzicht maakt de verschillende pensioenoverzichten voor de deelnemer onderling vergelijkbaar.[6] Hierop staat onder meer de pensioenaangroei, de "factor A" in de formule voor de fiscale jaarruimte voor aftrek van lijfrentepremie. Deze "factor A" geeft de opbouw in het betreffende jaar aan, en is dus exclusief de toename door indexering van eerder opgebouwde pensioenaanspraken.

bewerken Vergeten pensioenen

Wie in Nederland op zoek gaat naar een lang geleden opgebouwd pensioen kan merken dat het pensioenfonds onvindbaar is, door fusie of naamsverandering. De nieuwe rechtsopvolger is te achterhalen via De Nederlandsche Bank.[7] Soms kan de Helpdesk Vergeten Pensioenen van de Bedrijfstakpensioenfondsen[8][9] of de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen[10] verder helpen.

Vanaf 2011 is het probleem van vergeten pensioenen grotendeels opgelost. Er is een online pensioenregister waar elke Nederlander met behulp van het DigiD de opgebouwde pensioenen en AOW kan opvragen.[11] Aangezien een DigiD alleen verkrijgbaar is voor wie in Nederland woont is het systeem niet toegankelijk voor Nederlanders die in het buitenland wonen.

bewerken Externe links bewerken Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Hierbij zij aangetekend dat een vervangingsgraad van 70% vaak niet bereikt zal kunnen worden. Niet elke werkkring heeft een pensioenregeling, en bij meerdere veranderingen van betrekking kunnen pensioenregelingen niet goed op elkaar aansluiten. Een werknemer die met een dergelijk 'pensioengat' wordt geconfronteerd, zal dan zelf (tijdig) maatregelen moeten treffen.
  • http://www.mercer.com/referencecontent.htm?idContent=1359390
  • http://media.leidenuniv.nl/legacy/kpg-2003-06.pdf
  • Zie ook een rapport van het CPB uit 1998: http://www.cpb.nl/publicatie/fiscale-behandeling-van-pensioenbesparingen-discussie
  • http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/macro-economie/publicaties/artikelen/archief/2007/2007-2348-wm.htm
  • Uniform Pensioenoverzicht
  • DNB, FAQ, Vragen over pensioenen
  • Helpdesk Vergeten Pensioenen
  • Opsporingsplan voor 'vergeten' pensioenen
  • Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen
  • Pensioengegevens online beschikbaar Consumentenbond, nieuwsbericht, 9 mei 2008
  • Dit artikel is afkomstig uit Wikipedia (credits) en is zonder enige vorm van garantie beschikbaar onder de GNU Free Documentation License. (copy).
    Afbeelding licentie informatie is toegankelijk door op de afbeelding te klikken.

    Originele Bedankjes
    Wicky Entertainment
    KidsClub Events
    Mixed Up de band
    Bijzondere huwelijks
    Uw Trouwambtenaar -
    Originele Trouwkaart
    Trouwen in Zuid-Afri
    Showband The Telstar
    Huwelijksreis Zuid-A
    De Digitale Fotograa
    FotoBelle